recepten

Lahmacun (turkse pizza)

 Aanrader van Marjan Ippel, trendy foodwatcher

 

Lahmacun

Lahmacun

recept voor 4 pizza’s

 

voor het gestoofde lamsvlees
300 g schouderlamsvlees zonder bot, in blokjes van circa 1 cm
1/2 kleine ui, geraspt
1/2 tl gemalen piment
100-150 ml water
zeezout en zwarte peper
voor de tomatensaus
600 g rijpe tomaten
4 el olijfolie
4 teentjes knoflook, in plakjes
1 tl fijne kristalsuiker
voor de bereiding en het opdienen
2 eetlepels grofgehakte verse bladpeterselie
eventueel 2 el ringen rode ui
eventueel 1/2 el Turkse chilipepervlokken (kirmizi biber) of ingemaakte chilipeper
1 citroen, in vieren

 

Doe het lamsvlees in een pan met de ui en het piment en meng goed. Zet het net onder water (100-150 ml), voeg wat zout en peper toe en zet er een deksel op. Laat op laag vuur 1-1½ uur stoven. Verwijder het deksel, zet het vuur hoger en laat het vocht inkoken. Neem de pan van het vuur en zet ‘m even apart.
Bereid tijdens het stoven het pizza- of platbrooddeeg en maak de tomatensaus terwijl het deeg rijst.
Dompel de tomaten onder in een pan met kokend water en tel tot 20. Laat ze afkoelen in een kom met koud water, ontvel ze, snijd ze in vieren en verwijder de pitjes. Als de partjes groot zijn, halveer je ze. Doe de olijfolie in een koekenpan en bak de knoflook op middelhoog vuur goudbruin. Voeg tomaten toe met een mespunt zout en peper. Laat ze 15 minuten zachtjes doorkoken.
Verwarm circa 20 minuten voor je gaat bakken de oven voor op 220ºC. Verdeel het deeg in vieren en rol elk stuk ruwweg in een ovale vorm van niet meer dan 3-4 mm dik. Bestuif de stukken met meel en leg ze op twee bakplaten die ook met meel zijn bestoven. Strijk de tomatensaus erover uit, gebruik telkens eenvierde van de saus voor een deeglap, laat maar een heel klein randje vrij. Verdeel vervolgens het vlees erover. Zet de pizza’s in de oven en bak ze 10-15 minuten tot het brood gaar is. Neem ze uit de oven, leg ze op borden en strooi er de gehakte peterselie, ui (eventueel) en chilipepervlokken over en geef er partjes citroen bij.

 

voor de bodem
Het recept om zelf platbrood te maken staat onderaan. Als alternatief kun je ook kant-en-klaar pizzadeeg gebruiken.

 

basis platbrood
4 dunne broden, genoeg voor 2-4 personen
450 g ongebleekt meel van harde tarwe, plus extra voor het bestuiven
1½ theelepel fijn zeezout
1 theelepel gedroogde gist
300 ml handwarm water
2 eetlepels olijfolie

 

Doe het meel met het zout in een grote mengkom. Los de gist op in het water en schenk het geleidelijk bij het meel terwijl je het erdoor mengt. Wij doen dit het liefst met de hand zodat we klontjes direct kunnen fijndrukken. Nadat al het water erdoor is gemengd, kneed je de olijfolie erdoor. Leg het deeg dan op een met meel bestoven aanrecht en blijf circa 5 minuten goed kneden tot het deeg niet langer plakkerig is, maar zacht, elastisch en glad. Voeg beetje bij beetje nog wat meel toe als het te plakkerig is. Laat het deeg afgedekt met een doek een uur rusten op het aanrecht.
Verwarm circa 20 minuten voor je gaat bakken de oven voor op 220 ºC. Verdeel het deeg in vieren en rol elk stuk op een royaal bestoven aanrecht uit tot een ronde lap van 3 mm dik. Leg de 4 lappen op twee bakplaten die licht met meel zijn bestoven. Schuif ze in de oven en bak ze 5-10 minuten tot het brood gaar is. Elk brood zal hier en daar wat uitrijzen en licht verkleuren, maar niet echt knapperig worden.

 

snel platbrood
Wij durven te beweren dat het gemakkelijker is voor 2 personen platbrood te maken dan naar de winkel te gaan om pitabrood te kopen. Dit brood wordt bijna net zo dun uitgerold als lavash (een Arabisch brood) en wordt beter wanneer je het 20 minuten laat rijzen. Maar als je honger hebt en ongeduldig bent, kun je het ook bakken zonder het te laten rijzen. Dan smaakt het ook lekker.

 

4 dunne broden, genoeg voor 2 personen
100 ml handwarm water
½ theelepel gedroogde gist
125 g ongebleekt meel van harde tarwe, plus extra voor het bestuiven
½ theelepel fijn zeezout
1 eetlepel olijfolie

 

Meet het water zorgvuldig af. (Je kunt het ook wegen: 100 g = 100 ml.) Roer de gist door het water. Doe het meel met het zout in een middelgrote mengkom. Roer het gistwater nogmaals door en meng het geleidelijk door het meel. Begin aan de rand van de kom, meng telkens kleine beetjes water door steeds wat meer meel. Doe dat met je vingertoppen, druk klontjes fijn en kneed alles terwijl je het slaat. Nadat al het water erdoor is gemengd, kneed je de olijfolie erdoor (met je vingertoppen). Laat het deeg 20 minuten rusten. Sla het nog kort door om het elastisch te maken. Was en droog je handen. Bestuif dan je handen en het deeg met meel en leg het deeg op een met meel bestoven aanrecht. Vorm er ruwweg een worst van en snijd die in vier even grote stukken.
Laat een koekenpan van minimaal 25 cm doorsnede heet worden op middelhoog tot hoog vuur. Vorm van een stuk deeg met bestoven handen een ronde lap die in de koekenpan past. Rol hem een beetje uit met een deegrol en maak telkens een kwart slag. Het brood moet behoorlijk dun en rond zijn. Leg een platte uitgestrekte hand onder het deeg en leg het in de pan. Draai het met een pannenkoekmes om wanneer de bovenkant begint te borrelen. Bak de andere kant tot er bruine plekken zichtbaar zijn. Het brood moet gaar zijn, maar flexibel. Houd het onder een theedoek warm. Bak op dezelfde manier de andere drie stukken deeg.

Recepten overzicht: